Als je op wintersport gaat is het natuurlijk wel heel prettig om sneeuw te hebben. Het is niet altijd zeker of er sneeuw genoeg is op wintersport. Het kan verschillende redenen hebben waarom een gebied wel of niet sneeuwzeker is.

De oorzaken van weinig of slechte sneeuw

Het weer bepaald of er genoeg sneeuwval is. Is er wel genoeg sneeuw gevallen, maar loopt de temperatuur op dan kan de bovenste laag van de sneeuw smelten en heb je papsneeuw. Gaat het daarna weer vriezen, dan kan de piste veranderen in een ijsbaan. Het zou dan mooi zijn dat er weer nieuwe sneeuw valt om perfect krakende sneeuw op de piste te hebben. Het is natuurlijk prettig als de sneeuw perfect is om prettig te skiën of te snowboarden.

Sneeuwzekere wintersport gebieden

Sneeuwzeker betekent niet altijd dat ze gebruik maken van sneeuwkanonnen met kunstsneeuw, het ligt ook aan de hoogte van het gebied. Ligt het gebied hoog, dan heb je meer kans op sneeuw dan in een laag gebied. Sneeuwkanonnen zijn er natuurlijk ook, ook in lagere gebieden maken ze veel gebruik van sneeuwkanonnen, zoals in Winterberg, maar het is natuurlijk prettiger om in echte sneeuw te skiën.

Ook zijn er wintersportgebieden met een gletsjer, dan weet je zeker dat er genoeg sneeuw is. Gletsjers zijn een soort ijsstromen die hoog op een berg ontstaan. Vaak liggen deze gletsjers hoog, daarnaast is de ondergrond koud waardoor de natuurlijke sneeuw een goede ondergrond heeft. Daarom zijn gebieden met een gletsjer vrijwel altijd zeker van sneeuw.

Skigebieden met sneeuw

Zermatt in Zwitserland is een heel sneeuwzeker gebied. In Italië is dat Livigno en Frankrijk L’alpe d’Huez bijvoorbeeld. In Oostenrijk is Lech een sneeuwzeker gebied. Alle gebieden waar veel sneeuw is liggen vrij hoog. Bij de reisinstanties waar je de vakantie kunt boeken geven ze ook vaak aan of het een sneeuwzeker gebied is. Wanneer je kiest voor een sneeuwzeker gebied dan kan het zijn dat de prijs ook wat hoger ligt, maar dan weet je wel zeker dat je kunt skiën.

Hoe werkt een sneeuwkanon?

Sneeuwkanonnen zijn hoge palen die water, onder hoge perslucht, veranderen in sneeuw en dit wordt vervolgens over de pistes heen gespoten. Wat ze veel doen in wintersportgebieden is een basislaag spuiten over de ondergrond van de pistes. Kunstsneeuw houdt het langer vol op een warmere ondergrond, waarna de natuursneeuw beter blijft liggen op de laag kunstsneeuw.

Niet iedereen vindt kunstsneeuw lekker skiën, maar het is altijd beter dan helemaal geen sneeuw of gaten in de pistes. Een nadeel van sneeuwkanonnen is dat het niet echt milieubewust is. Ze verbruiken veel water en energie om de pistes te voorzien van sneeuw.

Periodes met sneeuw

Natuurlijk ligt het ook een beetje aan de periode wanneer je op skivakantie gaat of je kans hebt op veel sneeuw. Ga je begin december dan kan het nog wat tegenvallen. Rond eind december en januari is de kans groter om meer sneeuw te hebben. Ga je aan het einde van februari is de kans alweer wat groter op dooi. Heb je de mogelijkheid om een last minute te boeken, dan kun je op basis van de weersverwachtingen je reis boeken.